Adam Grant – Give and Take

Giving, taking, and matching are three fundamental styles of interacting with others. Givers can be at the bottom of success, but givers can also excel. Grant dives into these differences.

Givers who excel are willing to ask for help when they need it.

Recognize takers:

  • Takers can be fakers (act like givers)
  • Talk in singular (I-form) about their company
  • Geniuses tend to be takers; to promote their own interests they drain intelligence, energy and capacity from others
  • They rarely cross the perspective gap (are just focused on their own viewpoints)

Signs of (destructive) takers CEO

  • Prominent picture of themselves in annual reports
  • Earn far more money than other senior executives

Characteristics of givers:

  • Colleagues don’t feel insecure
  • Show genuine interest in others; ask questions
  • By making themselves vulnerable, givers can build prestige. But the audience must also receive other signals the speaker’s competence.
  • Givers are top sellers, and a key reason is powerless communication. Asking questions is a form of powerless communication that givers adopt naturally.
  • Traps for givers: being too trusting, too empathetic, and too timid. They need to screen for sincerity. Instead of contemplating for the other’s (especially when the other is a taker) feelings, givers need to consider what the other is thinking.
  • When dealing with takers, givers need to shift their strategy to those of matchers.
  • Givers are bad in negotiating for their own interests. They can dramatically improve this when they imagine they negotiate on behalf of others. For salary for example, take benefitting family into account.

Other observations:

  • People tend to overvalue their own contributions and undervalue those of others.
  • Label students/employees openly as “bloomers” and they actually start to perform better (self-fulfilling prophecy). Givers tend to see people as bloomers naturally. Takers tend to place little trust in other people. Matchers wait for signs of high potential.
  • Success doesn’t measure a human being, effort does. Grit: having passion and perseverance toward long-term goals.
  • Setting high expectations is important. You have to push people, make them stretch and do more than they think possible.
  • There are 2 fundamental paths to influence: dominance and prestige. Prestige normally has a more lasting value.
  • An expert who acts clumsy is like by the audience.
  • In negotiations givers can ask for advice: “if you were in my shoes, what would you do?”. Advice seeking is a surprisingly effective strategy for exercising influence when we lack authority. It’s a subtle way to invite someone to make a commitment to us. The catch is that advice seeking only works if it’s genuine.
  • There are two great forces of human nature: self-interest, and caring for others, and people are most successful when they are driven by a “hybrid engine” of the two. If takers are selfish and failed givers are selfless, successful givers are otherish: they care about benefiting others, but they also have ambitious goals for advancing their own interests.
  • The perception of impact serves as a buffer against stress, enabling employees to avoid burnout and maintain their motivation and performance. High school teachers who perceived their jobs as stressful and demanding reported significantly greater burnout. But upon closer inspection, job stress was only linked to higher burnout for teachers who felt they didn’t make a difference. A sense of lasting impact protected against stress, preventing exhaustion.
  • This feeling significantly increases when the “giving acts” (like volunteering work) is concentrated on one day, instead of spread over the entire week.
  • There’s a wealth of evidence that the ensuing happiness can motivate people to work harder, longer, smarter, and more effectively.
  • Man seems to prefer people, places, and things that remind us of ourselves. But we gravitate toward people, places and products with which we share an uncommon commonality.
  • If we help our group, we help ourselves. Activating a common identity make people givers (within the group).
  • People donate more money to charity when the phrase “even a penny will help” is added to a request.
  • A powerful way to give is to help others works on tasks that are more interesting, meaningful, or developmental.

Links

Alex Schulman – De overlevenden

In het begin maakt De overlevenden een geforceerd gecomponeerde indruk. De hoofdstukken die in het heden spelen wisselen af met de jeugdherinneringen van de hoofdpersoon Benjamin. Omdat de “huidige” hoofdstukken omgekeerd chronologisch zijn, bewegen de twee verhaallijnen naar elkaar toe, tot ze in het laatste hoofdstuk versmelten en alle noodzakelijke details prijsgeven (al is daar wel een deus ex machina voor nodig). Ook de “noodzakelijke” familiebotsingen en het te ontrafelen familiegeheim dragen bij aan het gecomponeerde, kunstmatige karakter van het boek.

Wat De overlevenden mooi maakt zijn vooral de nostalgische herinneringen aan een Zweedse jeugd aan een verlaten meer. Ook het heengaan van de vader is met veel gevoel beschreven. Het einde is een daverende verrassing.

Orhan Pamuk – Ik heet Karmozijn

Ik heet Karmozijn vertelt over 17-eeuwse miniatuurschilders aan het hof van de Turkse sultan in Istanboel. Er is een moord gepleegd en in de ontrafeling daarvan volgen we verschillende personen. In de bijzondere opzet van het boek wordt het verhaal steeds verder verteld door een ander personage in de ik-persoon, alsof er telkens een estafettestokje wordt doorgegeven. Hierbij komen de protagonisten van de roman aan het woord, maar ook de overledene zelf, of bijvoorbeeld getekende honden en bomen en zelfs de kleur karmozijn, voor de illuminators de meest betekenisvolle kleur. De hoofdstuktitels benoemen wie er aan het woord is:

  • Ik ben een paard
  • Ik heet Kara
  • Ik heet Karmozijn
  • Ik ben uw Oom

Samen schetsen zij een tijdsbeeld waarin conservatieve en progressieve krachten in een spanningsveld zitten. De sultan wil een boek laten maken waarin de afbeeldingen volgens de Europese methode, in perspectief, gemaakt worden. Je reinste ketterij volgens sommigen en dit dispuut zet een keten van reacties in gang.

Hoewel Ik heet Karmozijn aan de ene kant een detective is die draait om de vraag wie de moord op de Priegelaar gepleegd heeft, staat Pamuk uitvoerig stil bij de innerlijke wereld van de illuminator, en dan met name bij het verhaal van Khosraw en Shirin, die in vele varianten verteld wordt en als een soort bakermat van de Turkse verluchtigers geldt, maar wat mij betreft wel enigszins de vaart uit het verhaal haalt. Tot slot is het liefdesverhaal tussen Kara en Şeküre een belangrijke verhaallijn.

Sally Rooney – Normale mensen

Sally Rooney is nogal gevierd in haar thuisland Ierland, maar bij haar roman Gesprekken met vrienden werd mij niet direct duidelijk waarom. Normale mensen maakt ontegenzeggelijk meer indruk.

Marianne en Connell hangen op de middelbare school en op de universiteit om elkaar heen in een knipperlichtrelatie die gekenmerkt wordt door niet uitgesproken gedachten. Natuurlijk vinden tieners het moeilijk om te zeggen wat ze echt vinden, Normale mensen maakt heel duidelijk wat daarvan de gevolgen zijn, want Rooney zit ze heel dicht op de huid.

Over de onzekerheid van tieners: “Toen liep hij de keuken uit, maar op de trap hoorde hij zijn moeder lachen. Zijn leven is voor haar altijd een bron van vermaak.” Goed gezien door Rooney.

Een roddel wordt met nonchalance kracht bij gezet: “Dat is een populair verhaal, iedereen heeft het weleens gehoord.

Een groep vrienden zit bij elkaar, en Connell droomt helemaal weg bij de goede achtergrond van de anderen:

“…zegt dat ze ‘nooit meer zo’n intelligent iemand als Connell zullen ontmoeten’.
En jij Connell? vraagt Peggy.
Hij heeft niet geluisterd en kan alleen een wedervraag stellen: Wat?”

Charles Palliser – In ballingschap

Met De Quincunx en Dolende Geesten heeft Charles Palliser al aangetoond uitstekend een Dickensiaanse sfeer te kunnen neerzetten. Dat doet hij in In ballingschap ook. Dat we echt met een moderne variant van Dickens te maken blijkt uit het grove taalgebruik en de expliciete seksscènes.

In ballingschap is een spannende detective, maar haalt het niet bij Pallisers eerdere werk.

Simon Vestdijk – Rumeiland

Tip van Martin Ros: Rumeiland, een historische avonturenroman van Simon Vestdijk. Rumeiland (1940) speelt in 1737. De Engelsman Richard Beckford wordt naar Jamaica gezonden om uit te zoeken waarom inkomsten van de suikerplantage van zijn familie plotseling drastisch zijn teruggelopen. Richard – een Oxford alumnus – beweegt zich zelfverzekerd in de hoogste kringen op het eiland, ontdekt het een en ander over de plantage, maar raakt vooral in vuur en vlam van de vrouw van de gouverneur.

Vestdijk moet zich uitvoerig in het onderwerp ingelezen hebben, want Rumeiland wemelt van historische details en nauwkeurige beschrijvingen van de plaatselijke natuur. Vestdijk is nooit op Jamaica geweest, maar dat blijkt nergens in het boek. De levendige, nog steeds zeer leesbare roman, deed mij qua sfeer denken aan De graaf van Monte Christo en Stendhal’s Rood en zwart.

Uit de Vestdijkkroniek:

In een brief van 27 oktober 1941 aan Theun de Vries schrijft Vestdijk, dat drie aspecten aantrekkelijk voor hem zijn in de historische roman: 1. Het verleden als zodanig, om het verleden zelf, het onbekende en als zodanig fascinerende, 2. ‘De mogelijkheid romantische verwikkelingen op een mysterieus en toch niet geheel ontoegankelijk schouwtooneel uit te spinnen’ en 3. ‘een zekere drang tot mystificatie […] in den zin van half ironische verschuivingen, parallellen met het hedendaagsche, schijnbare instructiviteit, etc.’

De sociale aspecten worden bij Vestdijk nooit beklemtoond, maar ze zijn wel degelijk aanwezig in zijn beschrijvingen en vooral in de wijze waarop hij zijn personages neerzet. Zo geeft Rumeiland een scherp beeld van de sociale en raciale ladder op Jamaica, waarin ook familieleden in een hiërarchische verhouding tot elkaar staan, en die verhoudingen hangen samen met hun afkomst en de (ras) zuiverheid van hun bloed.

Kees Snoek (Vestdijkkroniek)

Karel van het Reve voor beginners / Karel van het Reve voor gevorderden

15 tot 20 jaar geleden las ik veel Karel van het Reve. Bijna al zijn boeken staan in mijn kast. Maar sinds enkele jaren laten mijn ogen het afweten en lees ik alleen nog vanaf een e-reader. De meesten werken van Van het Reve zijn niet als e-book verkrijgbaar, maar gelukkig heeft Van Oorschot twee bloemlezingen samengesteld: Karel van het Reve voor beginners en Karel van het Reve voor gevorderden.

Niet voor niets wordt hij een van de grootste essayisten en stilisten van de twintigste eeuw genoemd. Ik vind het verbluffend dat zijn stukken, ook al zijn sommige onderwerpen gedateerd, nog steeds uitermate boeiend en zeer leesbaar zijn.

Altijd fijn om te lezen hoe Van het Reve de vloer aanveegt met godsdienstfanatici en mensen die geweld vergoelijken vanuit een “groter doel”. Ook verdedigt hij – kenner van de Sovjetdictatuur – tot het uiterste de vrijheid van het woord.

Citaten

“Er is iemand niet lekker geworden, ik ga even een paar aspirientjes halen”, [riep de ambassadeur]. Hij had ook een van zijn ondergeschikten kunnen sturen, maar hij was een echte aristocraat.

Vroeger geloofde menige socioloog – Steinmetz heette hij geloof ik – zelfs dat …

Nooit hoor je iemand zeggen: het is gebeurd, maar het hoort niet tot de geschiedenis. Maar je hoort voortdurend zeggen: het rijmt, maar het is geen gedicht.

Vrijheid, zegt Rosa Luxemburg, is vrijheid voor de tegenstander. Als vrijheid van meningsuiting iets betekent, zegt George Orwell, dat is dat: tegen de mensen dingen zeggen die zij niet horen willen.

Marc Jansen – Belaagd paradijs

Al dateert mijn reis naar Georgië al van 22 jaar geleden, ik blijf het land met speciale belangstelling volgen. Een nieuw boek over de geschiedenis van Georgië trekt direct mijn aandacht.

De conclusie is helder: Georgië – het paradijs op aarde – is altijd een speelbal geweest van grote mogendheden: de Mongolen, de Perzen, de Turken en met name de laatste 200 jaar: de Russen, die er geen van allen zachtzinnig huisgehouden hebben.

Jansen raast over de vroege geschiedenis heen, waarbij het mij niet altijd even duidelijk was wanneer hij precies welk deel van Georgië aanduidt. Hij blijft lang stilstaan bij de Sovjetgeschiedenis en maakt duidelijk dat de Georgische afkomst van Stalin het land geenszins voordeel geboden heeft voor, tijdens en na de Grote Terreur.

Ook sinds de onafhankelijkheid van 1991 blijft het onrustig. Momenteel houdt Rusland nog steeds Abchazië en Zuid-Ossetië bezet, maar dat heeft ook deels te maken met omgang van Georgië met de eigen minderheden.

Eleanor Catton – De repetitie

De repetitie is voor mij vooral een vooroefening voor Al wat schittert, Cattons page-turner over goudzoekers in het 19-eeuwse Nieuw-Zeeland. In De repetitie komen drie verhaallijnen over een meisjesschool, een muziekschool en een toneelacademie langzaam samen.

Catton kan heel goed schrijven, bijna al haar vergelijkingen zijn raak en haar beschrijvingen van de gevoelens en verhoudingen van middelbare scholieren zijn ontzettend treffend. Maar verder maakt de roman een nogal gecomponeerde indruk, kunstig opgezet, daar niet van, maar de vorm overschaduwt de functie.

Beschrijving van een stoer meisje:

… als ze moet nablijven [kijkt] ze met een tevreden glimlach voor zich uit om te laten zien dat alles precies volgens plan verloopt.

Levitt/Dubner – Freakonomics

Steven Levitt heeft als econoom veel stof doen opwaaien door zijn inventiviteit en zijn neiging zaken van een andere kant te bekijken. Dat resulteert in een nieuwe kijk op economie, “Freakonomics” genoemd. (Volgens mij is het gewoon sociologie, en blijkbaar is Levitt de eerste die economische rekenformules loslaat op sociologisch terrein.)

Levitt benadrukt dat je bij het trekken van conclusies goed moet kijken of er een verschil is tussen causaliteit of correlatie. Heel vaak blijkt er een correlatie te bestaan, maar is het aantonen van causaliteit een stuk lastiger. Daar komen de cijfers de econoom Levitt van pas.

“Dat bij een transactie de ene partij over meer informatie beschikt dan de andere is heel gebruikelijk. Economen noemen dat informatie-asymmetrie. We accepteren het als een algemene waarheid van het kapitalisme dat de een (meestal een deskundige) meer weet dan de ander (meestal een consument). Maar door het internet heeft de informatie-asymmetrie overal ter wereld onherstelbare schade opgelopen.”

Zo heeft Levitt aangetoond dat de belangrijkste oorzaak van de enorme daling van criminaliteit in de VS in de jaren 90, de legalisering van abortus 20 jaar eerder was.

Een aantal andere interessante inzichten:

  • Makelaars laten, als zij hun eigen huis verkopen, hun huis langer te koop laten staan en weten het gemiddeld voor 3% meer te verkopen dan de huizen die ze voor anderen verkopen. Levitt wijt dit eraan dat de extra winst voor de makelaar (bij bijvoorbeeld een meerprijs van 10.000 euro) niet in verhouding staat tot de moeite die hij erin moet steken. (Ik heb zelf wel eens gedacht dat de incentive voor een makelaar groter is als je met staffels werkt en de makelaar meedeelt als hij het onderste uit de kan weet te halen.)
  • Er zijn vier belangrijke factoren die de hoogte van iemands salaris bepalen. Het aantal mensen dat bereid en in staat is om bepaald werk te doen, de vereiste specialistische vaardigheden, de onaangenaamheid van het werk en de vraag naar de diensten die je met dat werk levert.
  • De wijze waarop ouders hun kinderen opvoeden heeft weinig invloed op hun schoolresultaten. Veel belangrijker is het opleidingsniveau van de ouders (IQ is sterk erfelijk bepaald). Je kind voorlezen of meetronen naar musea levert in het geval van schoolprestaties geen duidelijk voordeel op. Met andere woorden: wat ouders zijn is veel belangrijker dan wat ouders doen.
  • Blanke en zwarte ouders in de VS geven hun kinderen zeer verschillende namen. Dit verschil is sinds 1970 enorm toegenomen. Je kind een “zwarte naam” geven getuigt tegenwoordig van solidariteit met de zwarte gemeenschap. Daarnaast constateert Levitt het verschijnsel dat laag opgeleide ouders voornamen kopiëren van hoog opgeleide ouders, die daardoor op hun beurt op zoek gaan naar nieuwe onderscheidende namen.