Sally Rooney – Normale mensen

Sally Rooney is nogal gevierd in haar thuisland Ierland, maar bij haar roman Gesprekken met vrienden werd mij niet direct duidelijk waarom. Normale mensen maakt ontegenzeggelijk meer indruk.

Marianne en Connell hangen op de middelbare school en op de universiteit om elkaar heen in een knipperlichtrelatie die gekenmerkt wordt door niet uitgesproken gedachten. Natuurlijk vinden tieners het moeilijk om te zeggen wat ze echt vinden, Normale mensen maakt heel duidelijk wat daarvan de gevolgen zijn, want Rooney zit ze heel dicht op de huid.

Over de onzekerheid van tieners: “Toen liep hij de keuken uit, maar op de trap hoorde hij zijn moeder lachen. Zijn leven is voor haar altijd een bron van vermaak.” Goed gezien door Rooney.

Een roddel wordt met nonchalance kracht bij gezet: “Dat is een populair verhaal, iedereen heeft het weleens gehoord.

Een groep vrienden zit bij elkaar, en Connell droomt helemaal weg bij de goede achtergrond van de anderen:

“…zegt dat ze ‘nooit meer zo’n intelligent iemand als Connell zullen ontmoeten’.
En jij Connell? vraagt Peggy.
Hij heeft niet geluisterd en kan alleen een wedervraag stellen: Wat?”

Charles Palliser – In ballingschap

Met De Quincunx en Dolende Geesten heeft Charles Palliser al aangetoond uitstekend een Dickensiaanse sfeer te kunnen neerzetten. Dat doet hij in In ballingschap ook. Dat we echt met een moderne variant van Dickens te maken blijkt uit het grove taalgebruik en de expliciete seksscènes.

In ballingschap is een spannende detective, maar haalt het niet bij Pallisers eerdere werk.

Ab Dijksterhuis – Het slimme onbewuste

Nadat mijn 14-jarige dochter Het slimme onbewuste van Ab Dijksterhuis had gelezen, was ik benieuwd geworden waar dat boek uit 2007 over ging. Ik had mij al eerder proberen te verdiepen in het verschil tussen het bewuste en het onbewuste, maar Ons feilbare denken van Daniel Kahneman vond ik wat aan de droge kant. Dat is Het slimme onbewuste in elk geval niet.

Enkele notities:

  • Het onbewuste bestaat uit alle psychologische processen waarvan we ons niet bewust zijn, maar die ons gedrag wel beïnvloeden.
  • Het onbewuste neemt vaak beslissingen waarvoor het bewustzijn achteraf een andere reden verzint.
  • Het onbewuste is vele malen sneller dan het bewustzijn.
  • ‘Subliminale waarneming’ valt onder de waarnemingsdrempel van het bewustzijn (bijv. plaatjes die een fractie van een seconde getoond worden).
  • Het ‘mere exposure’-effect betekent dat naarmate mensen vaket met een object in aanraking komen, ze dit object automatisch positiever gaan vinden.
  • Mensen merken over het algemeen negatieve en bedreigende dingen sneller op dan positieve en niet-bedreigende dingen: het ‘negativiteitseffect’.
  • Het onbewuste neemt veel meer waar dan je zou denken: voorbeeld een gesprek op de achtergrond waarin jouw naam valt, trekt opeens je aandacht.
  • Volkswijsheden als ‘je krijgt geen tweede kans voor een eerste indruk’ zijn waar. Een eerste indruk is inderdaad heel belangrijk.
  • In een proef konden mensen aan de hand van een foto binnen één seconde vaststellen of zij een politicus competent vonden of niet.
  • Bewuster nadenken leidt niet zomaar tot een betere toegang tot je onbewuste.
  • Mooie quote van Schopenhauer: Als je wilt weten wat je echt van iemand vindt, let dan op de indruk die een onverwachte brief van die persoon op je maakt op het moment dat deze op de deurmat valt.
  • Als er te veel keuzemogelijkheden zijn gaan mensen vaak blind kiezen, zonder erover na te denken.
  • Een van de redenen waarom we soms niet kopen wanneer er meerdere alternatieven zijn, is dat de alternatieven elkaars aantrekkelijkheid negatief beïnvloeden.
  • Onbewuste denkers (die een nachtje slapen voordat ze een beslissing nemen) nemen betere beslissingen dan bewuste denkers, mits we ergens een beetje verstand van hebben.
  • Bewust nadenken heeft een groot voordeel: het kan heel precies zijn.
  • Bewust nadenken werkt ook goed als er weinig informatie geabsorbeerd hoeft te worden.
  • Goed wegen moeten we aan het onbewuste overlaten. Het bewustzijn verstoort het weegproces met domme theorietjes.
  • Ook wanneer we bewust met andere dingen bezig zijn, gaat ons onbewuste door met denken over beslissingen en problemen. Dit proces van incubatie is cruciaal bij creativiteit.
  • Maar helaas werkt het onbewuste niet op commando.
  • Elkaar imiteren is belangrijk voor mensen. Het bindt ons en vormt de essentie van het feit dat mensen zulke succesvolle sociale dieren zijn.
  • Mensen die ons imiteren vinden aardiger dan mensen die dit niet doen.
  • Als we een nieuw persoon ontmoeten vormen we razendsnel een eerste mening. We activeren stereotypen.
  • Bij priming kom je in aanraking met indrukken die je subtiel beïnvloeden. Als je over een bejaarde leest ga je automatisch langzamer lopen.

2020 boeken top 10

Fictie:

  1. Ilja Leonard Pfeijffer – Grand Hotel Europa
  2. Andrej Platonov – Verhalen
  3. A.F.Th. van der Heijden – Vallende ouders
  4. A.F.Th. van der Heijden – De gevarendriehoek
  5. Julian Barnes – Alsof het voorbij is
  6. Albert Camus – De pest
  7. Oek de Jong – Zwarte schuur
  8. A.F.Th. van der Heijden – Het hof van Barmhartigheid

Non-fictie:

  1. Mark Tigchelaar – Focus aan/uit
  2. Rutger Bregman – De meeste mensen deugen
  3. Arjen van Veelen – Amerikanen lopen niet
  4. Mark Manson – De edele kunst van Not giving a fuck
  5. Wagemans / Schram – Het geheim van Silicon Valley
  6. Cal Newport – Diep werk
  7. Erik Scherder en Leonard Hofstra – Hart voor je brein

Boeken 2019

Het is interessant om aan het einde van het jaar terug te kijken. Sommige boeken maakten direct indruk, zoals Helden van Stephen Fry. Maar ik vond het frappant dat ik nog vaak moest terugdenken aan De correcties van Jonathan Franzen. Het is een fijn dik boek dat je intens meesleept in een familiegeschiedenis. Nog regelmatig moest ik terugdenken aan bepaalde passages, ze stonden mij nog helder voor de geest, zo minutieus zijn ze beschreven.

  1. Afgang – J.J.Voskuil (9+)
  2. Misdaad en straf – Dostojevski (9)
  3. Helden – Stephen Fry (9)
  4. De correcties – Jonathan Franzen (8½)
  5. Madame Bovary – Gustave Flaubert (8½)
  6. De leeglopers – Giovanni Verga (8½)
  7. Platform – Michel Houellebecq (8)
  8. De goede zoon – Rob van Essen (7½)
  9. De grote Gatsby – F.Scott Fitzgerald (7+)
  10. De ommegang – Jan van Aken (7)
  11. De kaart en het gebied – Michel Houellebecq (7)
  12. Gesprekken met vrienden – Sally Rooney (7)
  13. Wederzijds – Kees ‘t Hart (4)

Non-fictie

  1. Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers – Bregman / Frederik

Eleanor Catton – De repetitie

De repetitie is voor mij vooral een vooroefening voor Al wat schittert, Cattons page-turner over goudzoekers in het 19-eeuwse Nieuw-Zeeland. In De repetitie komen drie verhaallijnen over een meisjesschool, een muziekschool en een toneelacademie langzaam samen.

Catton kan heel goed schrijven, bijna al haar vergelijkingen zijn raak en haar beschrijvingen van de gevoelens en verhoudingen van middelbare scholieren zijn ontzettend treffend. Maar verder maakt de roman een nogal gecomponeerde indruk, kunstig opgezet, daar niet van, maar de vorm overschaduwt de functie.

Beschrijving van een stoer meisje:

… als ze moet nablijven [kijkt] ze met een tevreden glimlach voor zich uit om te laten zien dat alles precies volgens plan verloopt.

Levitt/Dubner – Freakonomics

Steven Levitt heeft als econoom veel stof doen opwaaien door zijn inventiviteit en zijn neiging zaken van een andere kant te bekijken. Dat resulteert in een nieuwe kijk op economie, “Freakonomics” genoemd. (Volgens mij is het gewoon sociologie, en blijkbaar is Levitt de eerste die economische rekenformules loslaat op sociologisch terrein.)

Levitt benadrukt dat je bij het trekken van conclusies goed moet kijken of er een verschil is tussen causaliteit of correlatie. Heel vaak blijkt er een correlatie te bestaan, maar is het aantonen van causaliteit een stuk lastiger. Daar komen de cijfers de econoom Levitt van pas.

“Dat bij een transactie de ene partij over meer informatie beschikt dan de andere is heel gebruikelijk. Economen noemen dat informatie-asymmetrie. We accepteren het als een algemene waarheid van het kapitalisme dat de een (meestal een deskundige) meer weet dan de ander (meestal een consument). Maar door het internet heeft de informatie-asymmetrie overal ter wereld onherstelbare schade opgelopen.”

Zo heeft Levitt aangetoond dat de belangrijkste oorzaak van de enorme daling van criminaliteit in de VS in de jaren 90, de legalisering van abortus 20 jaar eerder was.

Een aantal andere interessante inzichten:

  • Makelaars laten, als zij hun eigen huis verkopen, hun huis langer te koop laten staan en weten het gemiddeld voor 3% meer te verkopen dan de huizen die ze voor anderen verkopen. Levitt wijt dit eraan dat de extra winst voor de makelaar (bij bijvoorbeeld een meerprijs van 10.000 euro) niet in verhouding staat tot de moeite die hij erin moet steken. (Ik heb zelf wel eens gedacht dat de incentive voor een makelaar groter is als je met staffels werkt en de makelaar meedeelt als hij het onderste uit de kan weet te halen.)
  • Er zijn vier belangrijke factoren die de hoogte van iemands salaris bepalen. Het aantal mensen dat bereid en in staat is om bepaald werk te doen, de vereiste specialistische vaardigheden, de onaangenaamheid van het werk en de vraag naar de diensten die je met dat werk levert.
  • De wijze waarop ouders hun kinderen opvoeden heeft weinig invloed op hun schoolresultaten. Veel belangrijker is het opleidingsniveau van de ouders (IQ is sterk erfelijk bepaald). Je kind voorlezen of meetronen naar musea levert in het geval van schoolprestaties geen duidelijk voordeel op. Met andere woorden: wat ouders zijn is veel belangrijker dan wat ouders doen.
  • Blanke en zwarte ouders in de VS geven hun kinderen zeer verschillende namen. Dit verschil is sinds 1970 enorm toegenomen. Je kind een “zwarte naam” geven getuigt tegenwoordig van solidariteit met de zwarte gemeenschap. Daarnaast constateert Levitt het verschijnsel dat laag opgeleide ouders voornamen kopiëren van hoog opgeleide ouders, die daardoor op hun beurt op zoek gaan naar nieuwe onderscheidende namen.

Vaclav Smil – Cijfers liegen niet

Plotsklaps bekend geworden als favoriete auteur van Bill Gates (te zien in de Netflixdocumentaire Inside Bills Brain) was ik benieuwd wat Vaclav Smil mij met zijn cijfers zou kunnen vertellen.

Zo maar een handvol beweringen die Smil doet en staaft met cijfers:

  • Lange mensen hebben een hogere levensverwachting en melkconsumptie speelt bij de groei een sleutelrol.
  • Het belang van erfelijkheid (“sterke genen”) bij langlevendheid ligt niet hoger dan tussen de 15 en 30 procent.
  • Japanners hebben gemiddeld de hoogste levensverwachting. Een belangrijke reden hiervoor lijkt “matig eten” te zijn.
  • De mens onderscheidt zich van heel veel andere zoogdieren doordat hij lang en hard in de middagzon kan rennen. Dat wordt vooral mogelijk gemaakt doordat de mens veel meer kan uitzweten.
  • De productie van een elektrische auto is vervuilender dan die van een benzine-auto. Gemiddeld genomen wordt (mondiaal gezien) nog drievijfde van de elektriciteit waarop de auto rijdt verkregen uit fossiele brandstoffen.
  • De productie van verspild voedsel zorgt voor 10 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen.
  • In Noord-Amerika en Europa is nu ongeveer 60 procent van de totale oogst aan gewassen bestemd voor veevoer en niet voor voedsel.
  • 3 procent van het totale gewicht van een mens bestaat uit bacteriën.

In die interessante opeenhoping van feiten en berekeningen laat Smil zich af en toe persoonlijk uit. Eén keer slaat hij wat mij betreft de plank volledig mis als hij de de zoektocht naar plantaardige vleesvervangers veroordeelt: “Waarom gaan we in plaats daarvan niet op zoek naar slimme manieren om het voedselverlies te beperken?” Alsof het een het ander uitsluit.

De meeste mensen deugen – Rutger Bregman

Lekker dik feel-good boek over de beste intenties van de meeste mensen. Inspirerende anekdotes, gestaafd door talloze onderzoeken, ondersteunen de conclusie dat de mens in wezen niet slecht is, zoals doorgaans gedacht wordt, maar dat de meeste mensen deugen, en dat kan een self-fulfilling prophecy zijn.

Misdaad en straf – Dostojevski

Een nieuwe vertaling van een wereldklassieker is belangrijk nieuws. Hans Boland laat een frisse wind door de Nederlandstalige Russische literatuur waaien en zo lees je eigenlijk weer een heel nieuw boek.

Sowieso gaf Misdaad en Straf na 30 jaar herlezen een nieuwe ervaring. Kleine dingen die mij opvielen:

  • Ik herinnerde me Misdaad en Straf als een ellenlang ijlen van Raskolnikov, maar eigenlijk is het een tamelijk helder verhaal, waarin Raskolnikov inderdaad wel aaneenlopend ziek, grieperig en ijlend is.
  • Ik dacht ook dat het grootste deel van de roman ging over de strijd tussen Raskolnikov en onderzoeker Porfiri, maar dat blijkt helemaal niet zo te zijn. Zijn zus Doenja en zijn vriend Razoemichin spelen een veel prominentere rol dan ik mij herinnerde.
  • Ook viel me op hoe onaardig Rodion tegen Sonja doet, en dat dit haar houding ten opzichte van hem opmerkelijk genoeg geheel niet beïnvloedt.
  • Nu ik wat beter bekend ben met de kritiek op Dostojevski viel me op dat Misdaad en Straf een aaneensluitende parade van dwangmatige druktemakers is. Dit was het enige dat me tijdens het lezen tegen de borst stootte: weer zo’n hysterische mafkees. Maar al die mafkezen bij elkaar leveren toch een reuzeboeiend verhaal op.
  • De manier waarop de een na de ander in het boek opgevoerd wordt, en het gegeven dat de meeste handelingen plaatsvinden in een paar Petersburgse kamertjes, maken Misdaad en Straf trouwens bij uitstek geschikt om als toneelstuk uit te voeren.
  • De vertaling van Boland loopt als een trein, maar de uitdrukkingen “bling bling” en “druk, druk, druk” vind ik niet kunnen. Daarmee leg je een vervreemdende link naar de huidige tijd.

Lezen dan maar? Zeker! Ben je een beginnende Dostovskiaan? Dan raad ik je aan eerst De speler bij de bibliotheek te halen. Helaas nog niet vertaald door Boland…